Trust me, I’m a citizen

Verslag debat @Singeldingen
Woensdag 26 juni 2013
 
Het debat “Trust me I am citizen” is geïnitieerd door Singeldingen – een ontspannen ontmoetingsplek in een buurtpark middenin een heftige stadswijk – én KRACHTGROEN een landelijk ontwerperscollectief dat zich inzet voor Groen in de stad.
Het debat is voorgezeten en mede georganiseerd door Liesbeth Levy oprichter van Levy in Debat.
 

Trust me, I'm a citizen

Waarom dit debat?

KRACHTGROEN heeft opdracht gekregen van de GGD Rijnmond om groene initiatieven in de wijk Middelland en Het Nieuwe Westen te verbinden met als doel ze te bestendigen en de leefomgeving te verbeteren. Dit wordt uitgerold met de beweging Buurt Bruist. In een gesprek met Singeldingen blijkt Singeldingen, die dit jaar haar 5 jarig jubileum viert, zich de vraag te stellen hoe van een semipermanente plek een onorthodox duurzaam instituut te worden. Als snel ontstond het idee voor een debat over bestendiging van buurtinitiatieven met Singeldingen als Rotterdamse casus.

 

Volgens de initiatiefnemers van Singeldingen is de vraag naar verduurzaming niet exclusief een Singeldingen vraag. In een opiniestuk vertellen Eireen Scheurs en Marieke Hillen (respectievelijk bestuursvoorzitter en programmadirecteur van Singeldingen) en Jikke Vergragt – Woonstad Rotterdam – waarom:

Binnenkort gaan we de gevolgen van een terugtrekkende overheid, corporaties die alleen nog maar mogen verhuren en beheren, en een ernstig verzwakte cultuursector pas echt merken. Bibliotheken, buurthuizen en lokale cultuurcentra sluiten, en het einde van de bezuinigingen is nog niet in zicht. Gelukkig is daar de actieve burger: politieke partijen – van links tot rechts – doen een beroep op zijn burgerzin en sporen hem aan: Do It Yourself.
En burgers – vaak hoogopgeleide stedelingen die hun idee van kwaliteit willen toevoegen aan hun leefomgeving – doen het zelf: van buurtpicknicks tot tijdelijke stadsakkers en opgeknapte speeltuinen. Leuke lokale initiatieven die oppakken waar de overheden het laten liggen. Hun werkwijze is niet geïnstitutionaliseerd, sterk verbonden met het lokale en vol ideeën. Iedereen kan tevreden zijn.

Volgens het opiniestuk zijn er weliswaar her en der voorbeelden van die burgerinitiatieven die het pionieren in een duurzaam model hebben omgezet. Maar het gebeurt te weinig, gezien de aanstaande kaalslag aan institutionele zijde. Het is hoog tijd dat burgers en instituties daarom tempo en massa gaan maken en elkaar treffen op dit leeggeruimde speelveld, aldus het opiniestuk.
 
In het debat willen Singeldingen en Krachtgroen hiertoe een aanzet geven. Het is de bedoeling dat de uitkomsten ervan worden aangeboden wethouder Korrie Louwes (Arbeidsmarkt, Hoger onderwijs, Innovatie en Participatie). Hieronder een inhoudelijke samenvatting van de vragen en onderwerpen die in het debat aan de orde zijn gekomen en een aantal voorlopige conclusies.
 

Centrale vragen van het Debat:

In het Debat kwamen de volgende 7 vragen aan de orde:

  • 1. Hoe schaal je op, hoe verduurzaam je als burgerinitiatief als je de puberfase bent ontgroeid en van tijdelijk permanent wil worden?
  • 2. Kan tijd, aandacht, vertrouwen, een plek, inspiratie en netwerken worden gekenschetst als het kapitaal van burgerinitiatieven? Is dat kapitaal de toegevoegde waarde van burgerinitiatieven?
  • 3. Hoe verhouden die kapitaalkrachtige burgerinitiatieven zich ten op zichtte van minder krachtige burgers, en andere gelijkwaardige burgerinitiatieven in een wijk?
  • 4. Hoe verhouden deze kapitaalkrachtige burgerinitiatieven zich ten op zichtte van
    andere publieke instituten zoals corporaties, deelgemeenten en gemeentelijke diensten? Ieder met een eigen dynamiek en logica? Maar met de gezamenlijke wens tot meer burgerparticipatie?
  • 5. Hoe kan deze wens worden geïnterpreteerd tegen de achtergrond van het grootscheepse bezuinigingen waardoor publieke voorzieningen verdwijnen of extreem versoberen?
  • 6. Is er sprake van een gezamenlijk belang als het gaat om de kwaliteit van de publieke ruimte en hoe zet je daar dan samen de schouders dan onder?
  • 7. Moet je tussen top down en bottom up een ladder zetten, of moeten ‘ dingen’ naast elkaar kunnen bestaan met ieder zijn eigen merites? Anders gezegd gaan we een geoliede machine bouwen of zien we meer in de metafoor van een vijver met een hoge zuurgraad en daardoor een grote biodiversiteit?

 

Debat-Methode:

Deze vragen worden op Socratische wijze – dat wil zeggen onbevooroordeeld en open – onderzocht en vanuit verschillende posities belicht.
Aan Arie Lengkeek – programmaleider bij Air het architectuurcentrum van Rotterdam en projectleider van de van der Leeuw kring– is gevraagd alles wat er vandaag hardop is gedacht te laten culmineren in een seculiere dagsluiting.
 

Opzet Debat:

Het debat bestaat uit twee delen. Als eerste is geprobeerd lessen te trekken uit de zoektocht naar verduurzaming door Singeldingen, in het tweede deel van het debat wordt onderzocht hoe de relatie tussen burgerinitiatief en overheid opnieuw vorm moet krijgen in wisselende samenstelling. Dit alles in het kader van de zoektocht naar bestendiging van initiatieven.
 

Trust me, I'm a citizen

Singeldingen:

Singeldingen is een initiatief van in de buurt van het Heemraadspark wonende moeders Eireen Schreurs en Karin Hammink. Zij misten een laagdrempelige ontmoetingsplek in de wijk. Het viel hen op dat een stuk groen in het Heemraadspark niet werd gebruikt en niemand buiten de daarnaast gelegen stenige speeltuin speelde. Het idee om hier een plek van ontmoeting en ontspanning te maken, groeide uit tot een zomerkiosk met programma en eenvoudige voorzieningen als een wc en water voor de hond.

 

De eerste kiosk was een omgebouwde loempiakar, daarna kon door middel van fondsenwerving het huidige ontwerp van de kiosk van Eireen Schreurs worden gerealiseerd.
In eerste instantie was er weerstand. Om te beginnen was de status van het grasveld onzeker. Was het nou poepgroen, kijkgroen of recreatiegroen? Er was angst dat deze openbare ruimte zou worden geclaimd door een selecte groep van wat wel in de volksmond ‘ bakfietsmoeders’ wordt genoemd. En wat zou er gebeuren als de kinderen van deze moeders groot waren en geen gebruik meer zouden maken van de plek? Het duurde even voor de gemeente snapte wat de waarde van Singeldingen zou kunnen zijn. Maar er is door de initiatiefnemers continue vanuit kansen gedacht en niet vanuit problemen. Zo is een van de oplossingen voor het claimen van de plek, om de plek semipermanent in gebruik te nemen. In de lente en begin zomer is Singeldingen in het park maar daarna wordt het initiatief teruggetrokken uit de ruimte.
Nu na vijf jaar de knuffelsubsidies en fondsen ophouden, is de vraag naar verduurzaming relevant. Singeldingen is begonnen vanuit een eigen behoefte, maar blijkt een behoefte van veel buurtbewoners te vervullen. Het is niet de bedoeling dat Singeldingen een welzijnsorganisatie wordt, wel dat ze met verwante initiatieven de wijk verrijken. De vraag daarbij is of de plek of de ontmoeting centraal staat.
Lot Mertens – gebiedsmanager van Middelland en Het Nieuwe Westen van de deelgemeente Delfshaven – vat de meerwaarde van het initiatief Singeldingen als volgt samen:

Er is leven in het park sinds Singeldingen geland is. Maar er zijn ook nieuwe manieren gevonden voor verbindingen in de buurt. Dat doet Singeldingen door alle omringende straten bij het park te betrekken. Ik heb daar een rol in gehad. Dit debat is eigenlijk exemplarisch voor het type gesprek dat ik vaker met Marieke en Eireen heb gevoerd. De kritische toetsing en ondervraging van het burgerinitiatief Singeldingen zag ik ook als mijn rol als gebiedsmanager. Aan de andere kant heb ik ook ontzettend veel geleerd van onze gesprekken.

In een artikel voor de Architectuurwebsite ArchiNed Top-up! Pledooi voor een weerbarstige overheid spreken Eireen en Marieke over wat zij de Top-up ambtenaar noemen:

Het is onze ervaring dat een bottom-up initiatief alleen volwassen kan worden als zij een kritisch debat over haar nut en noodzaak, maar ook over privaat en publiek belang doorstaat. Of dit debat gebaat is bij een overheid die zich slechts toelegt op faciliterende behulpzaamheid is de vraag. Natuurlijk, wij van Singeldingen hebben ook wel eens gevloekt en getierd na een raadsvergadering (“komt u maar terug als u een maatschappelijk probleem bent, want daar hebben we potjes voor”). En hebben onszelf achter de oren gekrabd na discussies met de dienst stedenbouw (opzij! u staat in een zichtlijn, en bovendien, is dit geen kijkgras?). Maar deze weerstand heeft ons project gemaakt tot wat het is. 

Wat ons betreft moeten overheden zich er – liefst precies genoeg – mee bemoeien. Zeker als de overheid mee betaalt, dienen zij flink weerwoord te leveren. Hun taak bij bottom-up is niet marginaal, maar juist cruciaal. Zij moeten de discussievoeren of de publieke investering hout snijdt, wie erbij is gebaat, of ze deze taak wel uit handen willen geven en of de onderneming wel solide is. Hiervoor zijn ambtenaren nodig, die in staat zijn de gekozen koers van de overheid te varen en volop kritische capaciteiten hebben. Dit soort ambtenaren zijn er, her en der, weten wij uit ervaring. Zij moeten worden gekoesterd. Top-up!

Lot Mertens, is blij met deze typering.
 

Wat is burgerparticipatie?

Singeldingen is volgens Mark van de Velde – stadssocioloog en stafmedewerker Havensteder – een typisch vrouwen ding. Volgens hem is Singeldingen feminien. Mannen zetten graag een ding neer, vrouwen verbinden: mannen willen de stad maken vrouwen willen stad zijn. Als je initiatief neemt moet je daar rekening mee houden. Langzaam zaaien en geduld hebben dat is bij uitstek feminien. Participeren is meedoen en daarom bij uitstek een vrouwen ding.
 
Annemiek Fontein – hoofd stedenbouw en landsschapsarchitectuur van de gemeente Rotterdam – meent dat participatie meedoen betekent, niet denken vóór maar denken mét! En dat er bij initiatieven verschillende motieven een rol spelen die vaak door elkaar heen lopen. Participatie is een gelaagd begrip.
 

Trust me, I'm a citizen

Wat mogen burgerinitiatieven van de overheid verwachten?

In zijn inleiding op het debat stelt Jan Jaap Kolkman – dagelijks bestuurder van de deelgemeente Delfshaven – dat het begrip elitair een vervelende bijklank heeft gekregen, evenals het begrip bakfietsmoeder. Hij meent dat er juist een voorhoede nodig is in een wijk.
Er zijn burgers die initiatieven nemen en burgers die dat niet doen. Als de overheid burgerkracht waardeert vanuit verschillende politieke motieven, zal ze ook niet raar op moeten kijken als die burgerinitiatieven terug roepen. Tot nu toe had de overheid beperkte middelen te weten: subsidie en macht. Nu is een andere houding nodig, kennis om te verbinden.

 

Annemarie van der Wiel – directeur activering en welzijn, gemeente Rotterdam – vertelt dat de overheid vier jaar geleden is gestart om burgerinitiatieven meer ruimte te geven. Vroeger werden burgerinitiatieven geconfronteerd met een lijst met 40 punten van wat wel en niet mocht. Nu is er een meer actieve stand nodig. Er is overigens geen nieuw beleid en ook geen geld, maar wel een andere houding. Een mooi voorbeeld is het initiatief Kaap Belvedère. Zij vroegen om geld, ‘dat hadden we niet, maar wel in de aanbieding: netwerken en de belofte om bij hen een cursus tot nieuwe ambtenaar te volgen’, een cursus die overigens leergang is van de Hogeschool Rotterdam. Lot Mertens blijft benadrukken dat initiatieven niet moet wachten op nieuw beleid: “Wij hebben de wijk ontwikkeld maar wij hebben ook een stukje stad te ontwikkelen.’ Naar haar idee moeten ambtenaren geen cursussen doen, maar de straat op en in gesprek gaan met bewoners.
 
Gerard Groen – organisatiecoach en verbonden aan het Kwaliteitsinstituut van de Nederlandse Gemeente – adviseert Rotterdamse ambtenaren over de verandering in hun DNA die nodig is om goed om te gaan met burgerinitiatieven. Hij ontwierp als hulpmiddel hiervoor de zogeheten: participatieladder. Het particulier initiatief is leidend en de overheid participeert. Volgens Gerard Groen gaan we nu uit van een participatietrap voor de overheid en die bestaat uit 5 treden. Daar naast kan een participatieladder voor burgers gezet worden volgens onderstaand model:

AMBTENAREN BURGERS
loslaten behoefte – verlangen
faciliteren idee
stimuleren initiatief
regiseren doen, ervaren
reguleren leren = delen

tussen de verticale sturing en de horizontale processen en bewegingen in de samenleving.
 

Is de politieke omarming van burgerinitiatieven ingegeven door de bezuinigingen of is er een gemeenschappelijk belang?

Volgens Karin Bebelaar – dagelijks bestuurder van de deelgemeente – zijn burgerinitiatieven niet tegen te houden. Zie ook de Buurt Bruist kaart met initiatieven die vandaag, vers van de pers, uitgedeeld wordt. De buitenruimte wordt terug geclaimd door bakfietsmoeders, meegaan, maar wel aangeven hoe is het credo. De overheid mag hierin licht anarchistisch zijn. Het gemeenschappelijk belang is de wens tot meer groen en participatie. In die gemeenschappelijkheid zit de winst van de gemeenschappelijk zoektocht maar ook verlies. Joke van der Zwaard – initiatiefnemer van de Leeszaal West – kan het woord initiatief niet meer horen en ze legt dat als volgt uit:

Wat onderbelicht blijft is dat wat er al is. Bij de gemeentelijke nota over stadstuinen worden de volkstuinen vergeten. Het hoeft niet allemaal nieuw te zijn. Nooit alleen maar vooruit denken en alles wat er al is de nek omdraaien.

Mark van de Velde signaleert dat instituten zoals woningbouwcorporaties door de politiek “terug in hun hok worden geduwd en zich weer toeleggen op hun kerntaken” Tegelijkertijd komen er nieuwe initiatieven op. Instituten waar moet worden bezuinigd en burgerinitiatieven van hoogopgeleide burgers houden elkaar vast. Het burgerinitiatief wil geld, het instituut wil meedoen om er toe te blijven doen, aldus van de Velde.

Gerard Groen meent dat instituten in de weg zitten als het gaat om innovatie, Mark legt de bal meer bij de ambtenaren zelf. Hoe groter het intellect, hoe sneller en hoger de ambtenaar wordt weggestopt in de (Marconi)torens, het zou omgekeerd moeten zijn temeer omdat in een wijk als Delfshaven en het nieuwe Westen een groot deel van de creatieve en intellectuele elite van de stad woont.
 
Een aantal burgers uit het publiek komt met voorbeelden waarin de overheid wel degelijk een hindermacht is: bijvoorbeeld de aanleg van geveltuinen. Miklos Redner – bewoner van de Bellevoystraat – die onlangs met stimulans van Buurt Bruist een succesvolle geveltuinaanlegdag heeft georganiseerd in zijn straat, uit zijn zorgen:

Moeten bewoners zich de ambtelijke vocabulaire aanmeten? Instanties lijken teveel op resultaat gericht te zijn. En mag er ook eens iets mislukken?

Nienke Bouwhuis van Krachtgroen beaamt dat bewoners zich tegengehouden voelen, dit signaal wordt maar al te vaak opgevangen binnen de groene beweging Buurt Bruist en is een grote hobbel in het ‘vanzelf laten ontstaan’ van buurtinitiatieven. Linsey Vanhauwaert – beleidsmedewerker GGD op gebied van de leefomgeving – bevestigt dat er zeer grote hobbels te nemen zijn wat betreft dit gevoel. Annemiek Fontein:

Je mag gewoon een geveltuin maken. Met verschillende actieve organisaties in de wijken zijn we meer en meer bezig duidelijk te maken wat er allemaal mag en dat er meer ‘drempelruimte’ is dan aangenomen wordt.

Jan Jaap Kolkman licht de in zijn ogen paradoxale situatie toe waarbij we de overheid een macht toekennen die ze niet heeft.

We moeten het helder zien te maken. De overheid kan niets doen aan lege winkels en overwoekerende tuinen, maar heeft wel hindermacht.

Anne Boomsluiter – adviseur Inspraak en Participatie gemeente Rotterdam – pleit vooral voor maatwerk zodat ook andere vormen van burgerinitiatief, ook b.v. als het gaat om zorgen voor elkaar, in beeld blijven van de overheid.
 

Trust me, I'm a citizen

Dagsluiting van Arie Lengkeek:

  • 1. Het loopt uit de hand.
  • 2. Er is een overvloed aan kapitaal en dus gaan teveel mensen zich er mee bemoeien.
  • 3. Geen machine bouwen, maar zorgen voor een ecosysteem met bepaalde condities; een vijver met de juiste zuurgraad.
  • 4. Instituties bestaan niet, mensen wel.
  • 5. De stad is af.
  • 6. De bar is open.
 

Conclusies en aanbevelingen naar aanleiding van het debat:

Het succes van een initiatief als Singeldingen is een particuliere behoefte die relevant bleek voor de gehele wijk, een gastvrije groene plek die ruimte biedt voor ontmoeting en ontspanning.
Dat dit soort groen & sociale initiatieven voor een stad als Rotterdam van onschatbare waarde zijn, werd door iedereen in de tent beaamd.
We zien dit gezamenlijk besef als de grootste ‘winstpakker’ van het debat. Een initiatief is kapitaal waard. Vervolgens is het duidelijk dat we er allemaal voor gaan de leefomgeving te verbeteren en dat initiatieven (bestaande en nieuwe) in de wijk hieraan een enorm grote bijdrage leveren. Ook de gezamenlijke notie samen staan we sterk is een belangrijke winst in dit debat.
 
Door niet in problemen maar in kansen te denken kon de gastvrije groene plek voor Singeldingen worden gerealiseerd. En dat het initiatief Singeldingen een succes is geworden, is vooral te danken aan twee factoren:

  • Het concept (een semipermanente plek creëren waar op hoog niveau wordt ingespeeld op culturele en recreatieve behoeften in de wijk)
  • De wederkerige kritische dialoog met de verantwoordelijke gebiedsmanager en de deelgemeente.

Het antwoord op de vraag naar verduurzaming ligt in het debat vooral op het kenniskapitaal van Singeldingen, ondanks het stoppen van de knuffelsubsidie is er een overvloed aan kapitaal. Hoe kan dit kapitaal worden omgezet om zo te kunnen verduurzamen?
Om een antwoord op deze vraag te formuleren is uitgezoomd naar de maatschappelijke context van Singeldingen.
De zoektocht van Singeldingen staat niet op zichzelf maar kan in de context worden gezien van wat wetenschapster Evelien Tonkens een ‘sociale revolutie’ noemt. De kern van deze sociale revolutie is dat burgers een grotere verantwoordelijkheid krijgen. Zij moeten minder van de overheid verwachten, meer voor elkaar zorgen, en meer voor en met elkaar doen. Wat de overheid beoogt, is affectief burgerschap: het creëren van zorgzame burgers die door affectieve banden in beweging komen. Dat is goed voor de gemeenschapszin en biedt de overheid bezuinigingsmogelijkheden. Als een van de risico’s van affectief burgerschap noemt Tonkens dat veel te veel van vrijwilligers wordt verwacht. Zijn vrijwilligers duurzaam bereid en in staat om buurthuizen, bibliotheken en speeltuinen te runnen en burenhulp te organiseren? Het antwoord op die vraag is ja, mits er sprake is van een wederkerige dialoog.
 
Te makkelijk, zo bleek in het debat, wordt van de kant van de overheid gedacht dat de kennis en netwerken van de initiatieven het gebrek aan financiële middelen kan vervangen, al helemaal als instituten worden wegbezuinigd en daarmee kennis, kunde maar vooral geheugen verdwijnt.

 
Trust me, I'm a citizen
 

Conclusie 1: Het zou niet ‘of instituut – of burgerinitiatief’ moet zijn, maar ‘en-en’.

Het wegbezuinigen van instituten legitimeren door ze gebrek aan innovatie te verwijten, is niet kosher. Het kan nooit de bedoeling zijn om burgerinitiatieven uit te spelen tegenover instituten. Dat gaat niet alleen ten koste van de kwaliteit van de publieke ruimte, maar brengt ook het risico met zich mee dat het ‘gat’ tussen burger en overheid overbrugd wordt door een nieuwe laag die gaat ontstaan, die het kenniskapitaal van burgerinitiatieven vermarkten. Dit kan voorkomen worden door bewoners en overheden elkaar te laten naderen en samen te werken.
Wat dat betreft zijn de 3 waarschuwingen van Gerard Groen relevant: Het overvragen van vrijwilligers, het overnemen van het initiatief en het overspoelen van het initiatief met formele procedures en regels.
Een ander risico is dat het aanwezige intellect, in wijken, in de ambtelijke torens en Instituten niet ontsloten en met elkaar verbonden worden omdat kennis een soort van wisselgeld wordt tussen overheid en burgerinitiatieven, de cursus ‘de leergang de nieuwe ambtenaar’ is hiervan een treffend voorbeeld.
Een beter alternatief is daarom om de relatie tussen overheid, instituut en burgerinitiatief te optimaliseren waarbij ieder domein vanuit zijn of haar eigen merites bestaansrecht heeft met als doel de kwaliteit van de publieke ruimte in de stad duurzaam te verbeteren. Terecht waarschuwt Ari Lengkeek er in zijn dagsluiting voor niet te streven naar een geoliede machine, maar naar een vijver met de juiste zuurgraad. Innovatie en Verbinding moeten hierbij niet als instrumentele begrippen dienen maar inhoudelijk en intrinsiek, als impuls voor een permanent gesprek en permanent leren.
 

Conclusie 2: Blijf met elkaar in gesprek.

Informeer elkaar, enerzijds over wat kan en mag anderzijds over de beweegredenen van je wens. Houd de lijntjes kort en duidelijk en investeer hierin. Ja, dat kost tijd en consequent doorzettingsvermogen.
Hierbij kan worden gedacht aan wat wel community of practice (CoP) wordt genoemd. Een CoP is een een groep mensen die een skill of beroep delen (Lave &Wegner 1991). Zo’n groep kan organisch ontstaan omdat de leden ervan een gedeelde interesse hebben of kan specifiek gecreëerd worden met als doel kennis te verwerven binnen een beroepspraktijk. In het proces van het delen van kennis en delen van informatie, ervaringen en verhalen waarbij mensen van elkaar leren en de mogelijkheid hebben zichzelf zowel persoonlijk als professioneel te ontwikkelen. De taak van een CoP impliceert actie. De sociale praktijk is continue in ontwikkeling. Het is zaak hier blijvend op in te spelen.
 

Conclusie 3: Gewoon doen, begin er gewoon aan.

Stap over de praktische bezwaren heen. Dit is weliswaar makkelijker gezegd dan gedaan, echter als we dit blijven uitdragen voelen mensen zich ook meer geroepen tot het nemen van initiatieven, kunnen we een gevoel van eigenaarschap kweken. Belangrijk om dit tussen de oren van mensen te krijgen. Er kan en mag meer dan je denkt. Begin klein, heb geen grote verwachtingen of van te voren uitgekristalliseerde plannen. Begin vooral met een idee, het groeit gaandeweg en kan dan naar hartenlust bijgesnoeid, geoogst, verplant en desnoods omgekapt worden.
Voel je eigenaar van je leefomgeving. Hoe verlagen we deze drempel?
 
Alles sterft een keer. Dat is niet erg. We zijn continue in verandering, beweeg mee. Durf te mislukken. In het bedrijfsleven mislukt er ruim 80% van de acties, waarom ligt de druk er zo op dat het met initiatieven altijd voor 100% goed moet gaan?
 

Conclusie 4: Bied ruimte voor experiment, als een overheid kan loslaten kunnen we verder ontwikkelen. Leer van de mislukkingen. En neem samen een volgende stap.

 

TOT SLOT

 
Als slot conclusie kan worden gesteld dat de samenwerking tussen KRACHTGROEN met haar verbindende kwaliteit en het innovatieve Singeldingen – waarvan het debat een resultaat is, kan worden gezien als een community of practice in het klein. Het publieke debat als democratische en openbare manier om inzichten en vragen te toetsen aan gebruikers, initiatiefnemers en bestuurders. De belangstelling en respons op het debat illustreert dat deze manier van werken een antwoord kan zijn op de vraag naar nieuwe verhoudingen tussen overheid en burger. Singeldingen, Krachtgroen en Levy in Debat zijn van plan een nieuwe reeks debatten te starten in de wijk waar in samenspraak met Lot Mertens en Linsey Vanhauwaert over vragen en kwesties betreffende de kwaliteit van het leven in de wijk. Wat is er mooier om samen actief deze openbare dialoog door te zetten in de openbaarheid van een tent in het park waar het allemaal begon!
 

Rotterdam, 10 augustus 2013
 
Marieke Hillen & Eireen Schreurs, Singeldingen
Liesbeth Levy, Levy in de Debat
Nienke Bouwhuis, KRACHTGROEN

Trust me, I'm a citizen
Trust me, I'm a citizen
 

fotografie: Martijn van Hennik, Gudule Martens